Opening en kaderstelling
AI wordt besproken vanuit leren, ontwikkelen en professioneel handelen. De centrale vraag is wat medewerkers, teams en leidinggevenden moeten leren om AI verantwoord te benaderen.
Sessie 1
Deelnemers verkennen vanuit hun rol welke AI-gerelateerde leerbehoeften leven en kiezen de eerste praktijksituaties die verdieping vragen.
Context
Deze sessie combineert de brede vraagarticulatie met de eerste helft van de casusverdieping. Eerst worden vragen, zorgen, ambities en leerbehoeften opgehaald per rol. Daarna kiest de groep herkenbare praktijksituaties waarin AI-geletterdheid, ethiek, leiderschap en verandering zichtbaar worden.
SMART-doel
Aan het einde van sessie 1 hebben de deelnemers vanuit minimaal vijf rollen gezamenlijk minimaal 10 relevante AI-gerelateerde leer- en ontwikkelvragen geformuleerd, geclusterd in 3 tot 5 perspectieven, geprioriteerd op urgentie en impact, en minimaal 3 herkenbare praktijksituaties geselecteerd die in sessie 2 verder worden uitgewerkt.
Timeline
De opbouw beweegt van individuele rolperspectieven naar gezamenlijke perspectieven op de AI-professionaliseringsvraag en een selectie van concrete casussen.
| Tijd | Stap | Activiteit | Opbrengst |
|---|---|---|---|
| 0-15 min | Opening en kaderstelling | Doel, context, rollen en werkwijze introduceren. | Gedeeld vertrekpunt en veilige gespreksruimte. |
| 15-35 min | Individuele verkenning per rol | Iedere deelnemer noteert vragen, zorgen, kansen en benodigde competenties. | Eerste verzameling individuele perspectieven. |
| 35-60 min | Ronde langs rollen | Deelnemers delen de belangrijkste punten; de facilitator ordent live. | Zicht op strategisch, professioneel, HR-, innovatie- en uitvoerend perspectief. |
| 60-80 min | Clusteren van vragen | De groep ordent punten in perspectieven. | 3 tot 5 perspectieven op de professionaliseringsbehoefte. |
| 80-95 min | Pauze / reflectie | Korte pauze en stille reflectie op ontbrekende perspectieven. | Ruimte voor verdieping. |
| 95-125 min | Verdiepen en prioriteren | Per perspectief bespreken voor wie het relevant is, waarom het urgent is en welk gedrag moet veranderen. | Geprioriteerde leer- en ontwikkelvragen per perspectief. |
| 125-165 min | Praktijksituaties ophalen en selecteren | Situaties benoemen waarin AI of digitale ontwikkeling vragen oproept en kiezen op herkenbaarheid, leerpotentieel en strategische waarde. | Longlist en selectie van minimaal 3 kernsituaties. |
| 165-180 min | Afronding en overdracht | Samenvatten welke perspectieven en praktijksituaties richtinggevend zijn voor sessie 2. | Gedeelde conclusie en casusagenda voor de vervolgsessie. |
Stappen
De facilitator bewaakt dat uitspraken worden vertaald naar leerbehoeften en concrete werksituaties, niet naar losse AI-oplossingen.
AI wordt besproken vanuit leren, ontwikkelen en professioneel handelen. De centrale vraag is wat medewerkers, teams en leidinggevenden moeten leren om AI verantwoord te benaderen.
Iedere deelnemer noteert vragen, zorgen, kansen en benodigde competenties vanuit de eigen rol.
De groep hoort verschillen tussen directie, senior zorgprofessional, HR, uitvoerend zorgmedewerker en innovatieadviseur.
De opbrengsten worden geordend vanuit perspectieven zoals begrijpen, beoordelen, handelen, leiden, veranderen en borgen.
Per perspectief worden doelgroep, aanleiding, leerbehoefte, gewenst gedrag, urgentie en impact aangescherpt.
Deelnemers benoemen bestaande of verwachte situaties, zoals AI-gebruik in verslaglegging, vragen aan teamleiders, HR-professionalisering of digitale pilots.
De groep kiest situaties die herkenbaar, leerzaam, urgent en roloverstijgend zijn.
De groep benoemt welke perspectieven en casussen in sessie 2 verder worden verdiept en vertaald naar ontwerpcriteria.
Werkvormen
Deze methoden maken de opleidingsbehoefte concreet zonder te vroeg naar oplossingen te springen.
Iedere deelnemer brengt vanuit de eigen organisatierol in kaart welke AI-gerelateerde leerbehoeften zichtbaar worden.
Een canvas om doelgroep, aanleiding, huidige situatie, gewenste situatie, leerinhoud, leercontext en succesindicatoren te ordenen.
De groep kiest praktijksituaties op herkenbaarheid, leerpotentieel, roldiversiteit, urgentie en strategische waarde.
Kernopbrengst
De sessie levert perspectieven, leer- en ontwikkelvragen, prioriteiten en minimaal drie praktijksituaties op die in sessie 2 worden verdiept.