Situatie
De praktijksituatie
Beschrijf de casus zo concreet en herkenbaar mogelijk.
Context & setting
Waar en wanneer speelt dit? Wat gebeurt er precies?
Betrokken rollen
Wie zijn er direct of indirect bij betrokken?
Aanleiding
Wat maakt dat dit vraagstuk nu zichtbaar wordt?
Casusvragen
Vijf vragen bij de situatie
Ontleed de casus vanuit vijf invalshoeken.
1Handelingsvraag
Wat moeten medewerkers in deze situatie doen of juist nalaten?
2Kennisvraag
Welke kennis en inzichten zijn nodig om goed te handelen?
3Oordeelsvraag
Welk professioneel of ethisch oordeel moeten zij kunnen vellen?
4Verandervraag
Wat moet veranderen in denken, doen of samenwerken?
5Leiderschapsvraag
Welke regie, coaching of ondersteuning is hierbij nodig?
Leerbehoeften
Vijf competentiedomeinen
Vertaal de casus naar wat men moet leren.
WWeten
KKunnen
OBeoordelen
BBespreken
GBegeleiden